Stappen tot je motorrijbewijs – A79 rijopleidingen

Stappen tot je motorrijbewijs

Theorie

Voordat je je motorexamen kunt afleggen moet je in het bezit zijn van het theoriecertificaat van het CBR. Voor het leren van de theorie stellen wij het theorieboek ter beschikking.

Je kunt gebruik maken van het boek of je kunt de cursus on line volgen.
Vragen over de leerstof kun je in principe tijdens de praktijklessen stellen.

Wil je meer weten over hoe het theorie-examen is opgebouwd, neem dan een kijkje op de site van het CBR (www.cbr.nl/11234.pp).

Praktijk

Het examen bestaat uit twee aparte examens:
– Examen Voertuigbeheersing (AVB)
– Examen Verkeersdeelneming (AVD)

Voertuigbeheersing (AVB)
Je start met AVB lessen. In deze lessen leer je goed om te gaan met je motor. Afhankelijk van het resultaat van jouw kennismakingsles ga je de eerste les nog achterop naar het oefenterrein. De eerste lessen doe je een beperkt aantal oefeningen. In de laatste lessen voor het examen nemen we uiteraard alle vereiste oefeningen door.

Het examen duurt ongeveer 20 minuten. In totaal moet je 12 bijzondere verrichtingen beheersen, waarvan er 7 op je examen worden getoetst.

Wil je meer weten over hoe het AVB examen is opgebouwd, neem dan een kijkje op de site van het CBR (www.cbr.nl/motoroefeningen.pp)

Verkeersdeelneming (AVD)
De AVD lessen, de laatste stap naar het rijbewijs. We gaan nu echt de weg op!

Het AVD lestraject kent een vaste structuur. Plaats op de weg, bochten, kruispunten en de snelweg. Na elke AVD les nemen we samen met jou de les door. Je instructeur maakt hiervan een korte samenvatting die je kunt nalezen in je rijlesapp. Voorafgaand aan de nieuwe les bespreken we de samenvatting met je. Tijdens de lessen is ook aandacht voor de techniek van het voertuig.

Aan het begin van het AVD examen stelt de examinator je een aantal technische vragen over de motor. Vervolgens volgt een gevarieerde rit van 35 tot 40 minuten. De examinator volgt samen met je instructeur in een auto van het CBR. Je dient in deze rit te laten zien dat je veilig en zelfstandig aan het verkeer kunt deelnemen, je bewust bent van je kwetsbaarheid, anticipeert op het gedrag van je medeweggebruikers en laat zien dat je vlot je weg door het verkeer weet te vinden. Hierbij let hij o.a. op kijkgedrag, je plaats op de weg, of je de verkeersregels goed toepast en op je motorbeheersing.